Het Europees bureau van de consumentenverenigingen, het BEUC, en de Eurogroep voor de dieren waren verrast over dit vertrouwelijke document van de Raad, dat tijdens een debat in het Europees Parlement in de openbaarheid gebracht werd. Dit document geeft aan dat, in tegenstelling tot wat de Europese ministers en de Commissie tijdens de onderhandelingen over het 'Nieuwe voedingsproducten'-reglement beweerden, een beperking van de invoer van voedingsmiddelen afkomstig van gekloonde dieren en hun nageslacht verenigbaar zou zijn met de regels van de WTO (Wereldhandelsorganisatie).
(Het OIVO maakte zijn standpunt over dit onderwerp al bekend in de newsletter die op 8 april laatstleden op de website gepubliceerd werd en ging over "Gekloonde voedingsproducten: de consument heeft het recht het te weten!").
De recent in het Europees Parlement vrijgegeven tekst geeft ook uitsluitsel over meerdere andere punten:
- een verplichting om voedingsproducten afkomstig van gekloonde dieren en hun nageslacht te etiketteren zou verenigbaar zijn met de regels van de GATT;
- het argument dat deze voedingsproducten niet beschouwd worden als "gelijkaardig" aan de andere, conventioneel geteelde producten en dus geen overtreding van de WTO-regels vormen, is verdedigbaar;
- en ten slotte, wat een verbod van voedingsproducten afkomstig van klonen betreft, 'zou de Europese Unie in staat kunnen zijn om de inbreuk door artikel XX[i] van de GATT te verrechtvaardigen' door zich te baseren op de ethische beschouwingen van de consumenten (zoals dat voor de wetgeving betreffende honden- en kattenbont gebeurde).
Daarnaast wijst het document erop dat het Europese agentschap voor de voedselveiligheid, het EFSA, niet in staat is geweest om een risicoanalyse te maken voor alle diersoorten waarop klonen toegepast wordt. 'Daardoor is er geen risicoanalyse over de producten die van die diersoorten afkomstig zijn.' Sonja Van Tichelen, Directrice van de Eurogroep voor de dieren, en Monique Goyens, Algemeen Directeur van het BEUC, maken zich daar de volgende bedenking bij: 'In alle fasen van de onderhandelingen hebben de EU-ministers en de Commissie de nochtans duidelijk aanwezige indicaties dat de Europese consumenten niet willen dat klonen gebruikt wordt voor voedingsproductiedoeleinden, naast zich neergelegd. Ze hebben aangevoerd dat de voedingsartikelen die van gekloonde dieren afkomstig zijn, veilig zijn voor consumptie en hebben gewezen op het gevaar van een handelsoorlog, terwijl nu blijkt dat deze beide argumenten geen steek houden. Welke belangen hebben zij dan gediend? Zeker niet die van de Europeanen.'
Als reactie doen het BEUC en de Eurogroep voor de dieren een oproep tot de Commissie 'om naar de consumenten te luisteren en een tijdelijk verbod op het klonen en de invoer van producten van klonen en hun nageslacht uit te vaardigen, om zo te vermijden dat die producten op de Europese voedingsmarkt blijven binnenstromen, om dit problemen van het klonen prioritair op te lossen in het volgende voorstel over de Nieuwe Voedindsproducten en om met het oog op het document van de Raad een verdedigingsstrategie voor de WTO uit te werken.'
Laten we niet vergeten dat het Europees Parlement en de Raad van Ministers er op 29 maart laatstleden niet in slaagden om tot een akkoord te komen over het openstellen van de Europese markt voor de voedingsproducten die van gekloonde dieren afkomstig zijn. De meningsverschillen hadden hoofdzakelijk betrekking op de mogelijkheid van een specifieke etikettering voor die producten. In plaats van een verbod op producten afkomstig van gekloonde dieren werd een verplichte etikettering voorgesteld, zodat de consumenten degelijk geïnformeerd zouden worden over wat ze eten. Uiteindelijk aanvaardden de Europese ministers enkel de specifieke etikettering voor rundvlees, een maatregel die het Parlement ontoereikend vond. De Europese ministers, van hun kant, wierpen op dat zulk een verbod dreigde te leiden tot vervolging voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO) of zelfs tot een handelsoorlog met de Verenigde Staten en Argentinië, die het klonen voor voedingsdoeleinden al toepassen.