Nadat het had vastgesteld dat Belgacom een aanzienlijk cliënteel had opgebouwd door voetbalmatchen aan te bieden, heeft Telenet de luttele som van 55 miljoen euro opgehoest om de topwedstrijden van de Pro League te mogen uitzenden. Voor Belgacom blijven vanaf het seizoen 2012-2013 dan enkel de resterende wedstrijden over. In een poging zijn klanten te behouden, maakte Belgacom bekend dat het die wedstrijden gratis zou uitzenden. Maar zijn de consumenten daarmee geholpen?
Telenet zal voor haar live-uitzendingen drie voetbalmatchen mogen kiezen. Het etiket 'topmatch' wordt volledig aan de willekeur van Telenet overgelaten. Het is dus perfect mogelijk dat een voetbalsupporter zijn ploeg de ene week op Belgacom ziet spelen en de andere week op Telenet. Daarbij komt nog, een restant uit de huidige tijd, dat de supporter nooit met zekerheid kan zeggen wanneer hij juist zijn ploeg zal kunnen zien spelen (vrijdag, zaterdag of zondag). De operator bepaalt immers à la limite wanneer het hen geschikt lijkt dat de match moet worden gespeeld, enkel het weekend ligt vast, niet de dag. Vooruitplannen is voor de modale voetbalsupporter dus zo goed onmogelijk geworden. Voetbal is een spel, maar lijkt vooral een spelletje van groot geld en macht tussen de televisieoperatoren te zijn geworden...
De doelstelling is uiteraard om nieuwe klanten aan te trekken, met name de televisiekijkers die het analoge systeem blijven gebruiken of zij die klant zijn bij een andere operator, en die aan de dienst te binden. Het doel bestaat erin hen aan te zetten tot de aanschaf van een decoder en die van de concurrent op te zeggen. Daarbij praten ze de voetballiefhebbers een hele reeks aanbiedingen met ingewikkelde en dure tariefformules aan. De voetbalfan wordt immers verplicht om zich op één van de "packs" te abonneren om aan zijn wensen te voldoen. Die "packs" zijn echter twee tot drie keer duurder dan het basisaanbod. Voetbal op tv is dus niet gratis; eerder een middel om de consumenten ertoe te drijven andere diensten te gebruiken, zoals betaaltelevisie, en hen te doen kennismaken met zenders die hen anders a priori niet zouden interesseren.
Voor het OIVO is de conclusie van het bovenstaande dat de voetbalminnende consument gemanipuleerd wordt. Hij wordt gepusht naar een product dat hij anders ongetwijfeld nooit gekozen zou hebben, hij wordt onder druk gezet om diensten te gebruiken die hij zonder die druk nooit zou hebben gekozen en de tarieven worden verhoogd om het aanbod aantrekkelijker te doen lijken. Een dergelijke aanbieding is vooral in het voordeel van de onderneming die het aanbod doet. Ze wekt de illusie dat het om een goede zaak gaat doordat ze globaal minder kost dan de som van de kostprijs van de elementen waaruit de aanbieding is samengesteld. Maar de echte vraag is of elk van deze elementen van het "pack" de klant wel een reëel nut oplevert. Wij zijn overtuigd van het tegendeel en daarom wachten wij – nog altijd – met ongeduld op een aanbod dat werkelijk aan de behoeften van de consumenten aangepast is. Bijvoorbeeld een televisieaanbod waarbij de kijker de zenders kan kiezen die hem of haar werkelijk interesseren. Hoe lang nog voordat eindelijk iemand met een eenvoudig en goedkoop aanbod op de markt komt?