De richtlijn 2004/24/EG, die op 30 april 2011 van kracht werd, reglementeert de vragen om toelating voor het commercialiseren van een geneesmiddel op basis van plantaardige stoffen. De tekst voorziet geen verbod op natuurlijke plantengeneeskunde maar voert een registratiesysteem in voor die geneesmiddelen op plantenbasis die, omdat ze voldoen aan bepaalde criteria, kwalificeren als klassieke geneesmiddelen op plantenbasis.
Concreet betekent dit dat wie de registratie van een traditioneel geneesmiddel op plantenbasis aanvraagt, het bewijs moet voorleggen dat het product onschadelijk is in specifieke gebruiksomstandigheden en dat het een aangetoonde kwaliteitsgeschiedenis heeft van 30 jaar veilig gebruik, waarvan 15 in de Europese Unie. De richtlijn maakt een beter toezicht mogelijk op de traditionele geneesmiddelen op plantenbasis die in de Europese Unie op de markt gebracht worden.
Het doel van de nieuwe richtlijn is dus niet om natuurlijke producten te doen verdwijnen of om vitaminen, mineralensupplementen, kruidenthee en andere geneeskrachtige planten te verbieden.