Voor deze conclusies baseren ze zich op een recent rapport. De studie in kwestie is het Global status report on alcohol and health (Globaal statusrapport betreffende alcohol en gezondheid), waarin de beschikbare gegevens over alcoholconsumptie, gevolgen en beleidsinterventies op het globale, regionale en nationale niveau geanalyseerd werden.
Volgens het WHO erkennen vele landen wel de ernstige dreiging voor de volksgezondheid die veroorzaakt wordt door schadelijk gebruik van alcohol en hebben zij stappen ondernomen om deze gezondheids- en sociale lasten te voorkomen en zij die zorg nodig hebben te behandelen. Er moet echter duidelijk meer ondernomen worden om de vele overlijdens en het lijden dat gepaard gaat met schadelijk alcoholgebruik terug te dringen. Schadelijk alcoholgebruik heeft uiteenlopende gevolgen voor de volksgezondheid. Zo heeft bijna 4% van alle overlijdens hebben te maken met alcohol. De meeste alcohol-gerelateerde overlijdens worden veroorzaakt door verwondingen, kanker, cardiovasculaire ziektes en levercirrose. Hierin bestaat een groot verschil tussen de seksen: 6,2% van alle mannelijke overlijdens is gerelateerd aan alcohol, tegenover slechts 1,1% van de vrouwelijke overlijdens. Ook jongeren zijn een kwetsbare groep; per jaar sterven wereldwijd 320.000 jongeren van 15 tot 29 jaar aan alcohol-gerelateerde oorzaken, wat overeenkomt met 9% van alle overlijdens binnen die leeftijdscategorie.
De wereldwijde alcoholconsumptie bedroeg in 2005, 6,13 liter pure alcohol per persoon ouder dan 15 jaar. Uit een analyse van de periode tussen 2001 en 2005 bleek dat WHO-lidstaten in het Amerikaans continent, in Europa, ten oosten van de Middellandse Zee en aan de westelijke Stille Oceaan relatief stabiele consumptieniveaus vertoonden. Er werden echter opmerkelijke stijgingen vastgesteld in Afrika en Zuidoost-Azië.
Ondanks de wijdverspreide consumptie ervan blijft het zo dat de meerderheid van de mensen geen alcohol drinkt. In 2005 consumeerde bijna dan de helft van alle mannen en twee derden van alle vrouwen geen alcohol. De mate van onthouding is laag in landen met een hoog inkomen en een hoge alcoholconsumptie en hoger in Noord-Afrikaanse en Zuid-Aziatische landen. Zij die in landen met een hoge mate van onthouding wel drinken, doen dit echter in grotere hoeveelheden. Volgens het WHO kiezen te weinig landen voor doeltreffende beleidsopties om overlijdens, ziektes en verwondingen ten gevolge van alcohol te voorkomen. Sinds 1999, toen het WHO voor het eerst berichtte over alcoholbeleid, hebben minstens 34 landen een vorm van formeel beleid ingevoerd om het schadelijke gebruik van alcohol te verminderen. Zo zijn er meer beperkingen ingevoerd op de marketing van alcohol en op dronkenschap aan het stuur. Toch zijn er geen duidelijke trends waar te nemen in de meeste preventieve maatregelen. In veel landen zijn het alcoholbeleid en de preventieprogramma's te zwak.
De globale strategie die erop gericht is het schadelijk gebruik van alcohol terug te brengen en in mei 2010 onderschreven werd door de lidstaten van de WHO, beveelt een reeks maatregelen aan waarvan de efficiëntie om alcohol-gerelateerd onheil te voorkomen bewezen is. Het gaat onder andere om de belasting van alcohol om schadelijk drinkgedrag te verminderen; een verlaging van de beschikbaarheid door minder winkels toe te staan alcohol te verkopen; het omhoog trekken van de toegestane leeftijdsgrens en een aantal doeltreffende maatregelen tegen dronkenschap achter het stuur. Deze globale strategie promoot eveneens de screening van en korte tussenkomsten in zorgomgevingen met als doel gevaarlijke drinkpatronen te veranderen, marketing van alcoholische drank te reguleren of verbieden en informatieve en educatieve campagnes ter ondersteuning van doeltreffende beleidsmaatregelen uit te voeren.
België scoort niet slecht in vergelijking met de rest van Europa en de hele wereld. Dit betekent echter niet dat er geen ruimte is voor verbetering. Volgens een rapport van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid uit 20081 bevindt België zich rond het Europese gemiddelde. 12% van de Belgen drinkt elke dag alcohol en gemiddeld worden 11 glazen gedronken per week. Dit is minder dan wat het WHO als schadelijk beschouwt, namelijk 14 glazen per week voor vrouwen en 21 voor mannen. Hoewel slechts 8% van de bevolking deze grens overschrijdt, vertoont 10% van de Belgen problematisch alcoholgebruik. Zij hebben een verhoogd risico op alcoholverslaving, hoe groot hun consumptie ook moge zijn. Hoewel de totale consumptie van alcohol een dalende trend vertoont, blijft er het gevaarlijke binge drinking (drinken tot het punt van dronkenschap) dat alsmaar vaker voorkomt.
Het OIVO denkt dat de Belgische overheid de strategie zoals die voorgesteld wordt door het WHO dient te volgen. Er moet verder gewerkt worden aan preventieve maatregelen die het schadelijk gebruik van alcohol inperken, zoals die al voorzien zijn voor jongeren. In 2011 voorziet de Controledienst Tabak en Alcohol een algemene bewustmakingscampagne over het verkoopverbod van alcohol aan jongeren, die in samenwerking met de betrokken sectoren en een aantal verenigingen zal worden gevoerd. De Controledienst zal ook extra inspanningen leveren om de lokale besturen te informeren. Tijdens de eindejaarsperiode, met het einde van de examenperiode in zicht, zullen de controleurs zich concentreren op kerstmarkten en horecazaken in school- en uitgaansbuurten.
Het OIVO juicht deze doorgedreven inspanningen van de FOD Volksgezondheid toe om alcohol te weren onder jongeren. Ook het OIVO streeft ernaar de consumenten aan te zetten tot een verantwoord, dus gematigd, alcoholgebruik. Daar waar nog inbreuken voorkomen, dient het een prioriteit van de overheid te zijn deze zo snel mogelijk aan te pakken.
(1)
Wetenschappelijk rapport (Engels)
Persbericht (Engels)
Persbericht (Frans)
Het volledige verslag (Engels)