Die tweede methode, die tot op heden veel te weinig gebruikt werd, maakte het recent mogelijk om 2 ontwerpen van sectorakkoord op te stellen: het ene over duurzaam hout en het andere over de milieuvriendelijkere detergenten. De Raad voor het Verbruik verstrekte een gunstig advies over de beide ontwerpen.
Betreffende de initiatieven van eenvoudige "zelfregulering" heeft het OIVO zich al vaak met voorbehoud over de efficiëntie ervan uitgelaten. Hier gaat het echter over meer dan dat. De beide ontwerpen van sectorakkoord werden immers niet alleen ondertekend door de betrokken sectoren (namelijk de FEDIS, UNIZO en UCM, maar ook de federaties van de producenten van de betrokken producten), maar zijn ook ondertekend door de Federale Staat. Dus is er controle vanuit de overheid voorzien, wat belangrijk is voor het effectieve welslagen van het akkoord.
De grondslag van de ontwerpakkoorden is vanzelfsprekend lovenswaardig. Hun doel bestaat er immers in het marktaandeel van de producten op basis van duurzaam hout alsook van de milieuvriendelijkere detergenten te vergroten. Een ander doel van deze teksten is de consument van de positieve impact van deze soort producten bewustmaken. In dat verband waarderen wij het feit dat het ontwerp van sectorakkoord "detergenten" voorziet dat vertegenwoordigers van de consumenten betrokken zullen worden bij de communicatieaspecten rond het akkoord. De partijen verbinden zich immers tot het organiseren van een "regelmatige communicatie met het oog op het informeren en sensibiliseren van de consumenten aangaande de milieuvriendelijkere detergenten en hun duurzaam gebruik". Volgens het OIVO is dat een van de belangrijkste beschikkingen in het akkoord.
Nu de fase van het advies van de Raad voor het Verbruik achter de rug is, zullen de 2 ontwerpen hun weg vervolgen en later aan de toekomstige minister met bevoegdheid voor deze materies voorgelegd worden.