Een speler geeft gemiddeld 40,90 € per maand uit, deze maandelijkse uitgave en de gemiddelde maximale daginzet (80 €) is gestegen in vergelijking met 2007. Aan de andere kant is de maandelijkse uitgave voor geldspelen in vergelijking met 2011 licht gestegen (0,70 €), in tegenstelling tot de gemiddelde maximale daginzet die meer dan verdrievoudigd is (2011: 24,30 € en 2012: 80 €).
De maximum ingezette bedragen per maand nemen dan weer af, wat er lijkt op te wijzen dat enerzijds een beperkt aantal spelers er niet voor terugschrikken om voor grote sommen in te zetten, maar dat anderzijds dit gedrag geen gebruikelijk gedrag is in geval van crisis, wanneer het ingezette bedrag voor spelen eerder zou afnemen.
Spelers worden jonger, loterij heeft meest succes
Sinds 2007 beginnen de consumenten op almaar jongere leeftijd te spelen. De gemiddelde startleeftijd is immers van 25 jaar en 4 maanden in 2007 gedaald naar 23 jaar en 8 maanden in 2012, d.i. een daling met 1 jaar en 6 maanden.
De loterij (45%), krasbiljetten (35%), pokeren (29%) en kaarten (29%) blijven de meest beoefende spelen sinds 2007. Loterij en krasbiljetten hebben wel succes in de krantenafdeling van warenhuizen, maar er wordt weinig meegespeeld via het internet (6%). Wat dat pover succes zou kunnen verklaren is dat de Nationale Loterij maar in 2010 op het internet is begonnen met de klassieke lottrekking.
Gokken werkt verslavend?
We zien dus dat veel consumenten meedoen aan geld- en kansspelen. De beloofde winstbedragen en de hoge speelfrequentie kunnen tot echte verslaving leiden. Ook al lijkt er geen onmiddellijk gevaar te bestaan, kan speelverslaving toch maar beter voorkomen worden en wel van in het begin. De gevolgen van een dergelijke verslaving kunnen immers zeer snel dramatisch worden voor de consument, zowel op financieel als op professioneel en familiaal vlak.
De overheid besteedt al jarenlang bijzondere aandacht aan deze problematiek. De federale wetgeving op de kansspelen, de weddenschappen en de kansspelinrichtingen van 7 mei 1999 en de gewijzigde wet van 10 januari 2010, voert meerdere beschermingsmechanismen voor de spelers in: er wordt een minimumleeftijd opgelegd, het gemiddelde verlies per uur wordt beperkt en het kan personen met een gokverslaving verboden worden om nog te spelen.
Het OIVO staat positief tegenover die beschikkingen die een meer dwingend kader en een betere bescherming van de consumenten invoeren. Het is evenwel de taak van de Kansspel¬commissie om toe te zien op de naleving van de wetgeving op het terrein door controles uit te voeren en indien nodig overtreders te sanctioneren.
Behalve dat bepaalde praktijken onwettig zijn, wordt er ten slotte aan de consument ook geen enkele garantie geboden voor wat betreft het winstbedrag, de toegang tot het spel, of het "toeval" wel echt meespeelt in het aangeboden spel en consumenten laten zich meeslepen door de indruk dat het hier om gemakkelijk verdiend geld gaat.
Lees de integrale studie over Kansspelen.